Dat blijkt uit een brief die minister Bos donderdag naar de Tweede Kamer zond.
Bos reageert in de brief op kritiek dat minister-president Jan Peter
Balkenende zich te weinig heeft bemoeid met het overnamegevecht rond ABN
Amro.
Begin 2007 onderhandelde de grootste bank van Nederland over een fusie met
ING. Toen de koers van ABN Amro eind februari opliep, in reactie op een
kritische brief van hedgefonds TCI, raakte de mogelijkheid van een
Nederlandse kampioen geleidelijk uit beeld.
Bos werd op 23 februari 2007, een dag nadat hij minister van Financiën was
geworden, geïnformeerd over het dossier ABN Amro door president Nout Wellink
van De Nederlandsche Bank. Op dat moment lag de mogelijkheid van een fusie
met ING nog op tafel. De brief van TCI was drie dagen eerder, op 20 februari
openbaar geworden.
Op zes maart sprak Bos weer met Wellink over ABN Amro. Toen gaf de
minister aan best politieke steun te willen verlenen aan een fusie tussen
ABN Amro en ING. Wellink wilde vervolgens samen met ABN Amro-topman Groenink
langsgaan bij premier Balkenende om dit te bezegelen.
Bos heeft dit echter tegen gehouden, zo liet hij donderdag weten, met het
argument dat een dergelijk gesprek net zo goed met hemzelf kon worden
gevoerd. Bos zou immers toestemming moeten verlenen voor het samengaan van
ING en ABN Amro.
Bovendien zou de politieke steun hooguit kunnen bestaan uit een informele,
mondelinge toezegging aan ABN Amro en ING.
Balkenende liet in overleg met Bos op zes en zeven maart weten het eens
te zijn met diens standpunt. Een gesprek tussen Wellink, Groenink en hemzelf
zou ook volgens Balkenende "geen toegevoegde waarde" hebben.
Het kabinet was bovendien beducht dat openlijke steun aan een exclusief
Nederlands fusieproject kon leiden tot kritiek uit Europa. Niet in de
laatste plaats omdat Balkenende zich twee jaar eerder expliciet had
inspannen om de overname van de Italiaanse bank Antonveneta door ABN Amro te
veilig te stellen.
In mei 2007 vroeg Wellink opnieuw om een gesprek met Balkenende over de
zaak ABN Amro. De situatie was toen drastisch veranderd. Van een mogelijke
fusie met ING was geen sprake meer. ABN Amro was speelbal geworden in de
strijd tussen Barclays en het consortium van Royal Bank of Scotland, Fortis
en Santander.
Opnieuw concludeerden Bos en Balkenende dat het in deze situatie geen zin had
als Balkenende hierover met Wellink zou gaan praten.
Vijf maanden later zegevierde het bankentrio en ging de opdeling van de
grootste bank van Nederland van start.
Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl